Floor Gerritsma
 
Schrijver

Blog

2020-03-01

Kutwijf

kutwijf.jpgVeel mensen vinden mij een kutwijf. Ze roepen het graag tegen me als ik door de stad fiets, of ergens wandelend oversteek. Ze bijten het naar me, spugen er nog net niet bij, maar ik zweer dat als ik iets bits terugzeg, ze omkeren, afstappen en op mij af komen rennen om mij op m’n kanis te stompen. Kolerig zijn ze.
‘Sorry, hoor, het spijt me echt, ik zag je niet, gaat het?’ Duizendmaal excuses, zo diep schrok ik van het feit dat ik een ander griefde terwijl ik dat niet bedoelde. Ik zeg zo hard sorry dat de vloekers er uit ergernis nog ‘kankertrut’ aan toevoegen.
Dat doe ik dus niet meer. Sinds kort leg ik geen gevoel meer in mijn sorry, ik lach de aanvaring ontwapenend weg, ‘oeps, sorry, fijne dag’.

Mijn 13-jarige dochter is ook een kutwiijf. ‘Hoorde je wat die man tegen me zei, mama?’ Dat is het fijne aan hebben van kinderen, ik kan mijn verse les gelijk doorgeven en haar zeggen dat ze haar schouders moet ophalen. Dit gaat niet over haar.

‘Stay here then, you fucking cunt.’ Aan het woord is een Brit op de Haarlemmerdijk. Jong nog, een jaar of 25, en hij praat tegen het meisje met wie hij een weekend weg is, of was, dat is nu niet meer duidelijk. Zij leunt tegen een pui en staart strak voor zich uit, haar gezicht geplamuurd in een kleur die zich niet laat omschrijven, haar ogen zwarte spinnenpoten.
Hele hordes van dit soort stelletjes zie ik dagelijks gaan. Ze kauwen hun voer, slikken hun drugs, knauwen hun taal. Zij met gestreken haren, hij met kortgeschoren kop. Hij bleek, zij met een overdaad aan make-up. Een karikatuur van zichzelf, maar het zijn ménsen.
Ik kijk haar even aan. Waar had The Cunt op gehoopt toen ze Het Kanaal overstak? Een romantisch weekend? Instagram-waardige plaatjes? Een korte escape van werk en pub?
Ik knik haar bemoedigend toe. Dat is wat ik graag doe. Ik knik naar mijn stadgenoten of schenk ze een bescheiden lach. We delen een lot, een moment, een stad, erkennen elkaar voor even.
The Cunt kijkt als een onbewogen geisha in het niets, ze ziet mij niet. Vielen de drugs verkeerd? Mist ze de cider aan de tap of moet ze aan haar moeder denken?
Verloren is ze. Ze was vergeten dat je op elke reis, ook op het kortste tripje, altijd je zelf meeneemt, incluis alle sores. En niemand had haar nog de geruststellende gedachte aangereikt dat de scheldzin van haar vriend niets met haar te maken had.

p.s. Het mooie t-shirt hoort bij de plaat ‘Afkuil’ van Jaap Boots, uiteraard bij het nummer ‘Kutwijf’

Floor - 11:56:43 | Een opmerking toevoegen

2020-02-18

Gebroken geluk

geluk.jpgMijn geluk is gebroken. Ik kijk ontsteld naar het glazen lijstje waar ik al zestien jaar een klavertjevier in koester. Het klavertje moet tijdens mijn verhuizing tussen de glasplaatjes zijn gaan schuiven. Nu hangt het zielig gekapseisd links onder in de lijst, er is een blaadje afgebroken.

Ik woon hier al bijna een maand en zie het euvel nu pas. Komt het door mijn gebroken klavertje dat ik mijn fietssleutel op straat verloor? Dat de meeuw boven op mijn zwarte laarsje scheet? Dat ik bij het splitsen zomaar het eigeel niet ving waardoor het in mijn nieuwe besteklade gleed? 
Nee, wacht even, dat is klein leed – al heb ik wel echt een problematische relatie met vloeibaar ei. Het grote leed moet vast nog komen. Dat ik chronisch ziek word, of nog erger een van mijn kinderen. 
Dat mijn boek alsnog gerecenseerd wordt, maar dan heel slecht. 
Dat ik die nieuwe opdracht niet krijg en alle komende klussen ook niet. 
Dat de dingen die ik voor lief nam in het leven ineens niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Gebroken geluk.

Ik schud triest met het lijstje, maar het blaadje blijft los en het klavertje hangt scheef. Dan schiet het verhaal van Max Veldhuis mij te binnen, ‘Klein-Mannetje vindt het geluk’, dat ik eindeloos aan mijn dochter voor moest lezen. Het kleine mannetje vindt een klavertjevier en meent daarmee het geluk te hebben gevonden. Er overkomt hem die dag allerlei ellende maar hij is van mening dat het nog veel erger was geweest als hij het klavertje niet had gehad. 
‘Nee hè mama, dat is niet zo,’ zei mijn dochter als het verhaaltje uit was. ‘Nee, kiddo,’ kon ik beamen, ‘dat mannetje ziet het niet helemaal helder.’

Ik kreeg het klavertje van een man die mij zestien jaar geleden wel zag zitten, maar ik wees hem af en koos voor mijn aanstaande ex. Was dat ongelukkig? Had ik met die ander wel het geluk vast weten te houden? Ik sta op en ga op zoek naar de secondelijm.
Vorige week ontmoette ik een man die, zacht gezegd, nogal magertjes in zijn geluksgevoel zat. Kijk, wilde ik zeggen, de zon schijnt en daar bloeit de eerste krokus, pak mijn hand en loop een stukje met mij mee, dan laat ik je de schoonheid zien. Wat uiteraard niet werkte. 
Met de secondelijm nagel ik het grijze klavertje – ooit was het groen en versgeplukt – vast op de glasplaat, het losse blaadje ondersteboven zwevend in de lucht. Het geluk laat zich niet inlijsten en aanwijzen evenmin. Zelf vormgeven staat ons daarentegen nog altijd vrij.

Floor - 15:25:57 | 1 opmerking

2020-02-11

Het menselijk klimaat

het menselijk klimaat.jpg
We hebben ons na sluittingstijd bij een van ons thuis verzameld voor een afzakkertje. Niemand is meer nuchter tijdens deze naborrel en we praten denk ik allemaal wat harder dan we doorhebben, maar het gaat in ieder geval nog wel echt ergens over. Thierry. Europa. Klimaat. Ik begeef mij in rechts-conservatief gezelschap en constateer dat de sfeer wat wankel balanceert tussen een geestig gesprek en gepeperde oneliners. Dat kunnen de onderwerpen Thierry, Europa en klimaat met een groep niet-nuchtere mensen doen. Met nuchtere mensen overigens helaas ook.
Ik baal ineens van de – naar mijn idee door angst ingegeven – gevoelens van behoud en verlies van mijn vrienden.

‘Hoezo niet meer vliegen, voor het klimaat? Denk jij nou echt dat het iets uitmaakt wat jij doet?’ zegt de een.
‘Ja, zolang alle Chinezen nog een auto willen rijden en een tv willen hebben, maakt het echt niet uit wat wij hier doen,’ valt de ander hem bij.
Geheel ondoordacht gooi ik op dat moment mijn 12-jarige dochter voor de leeuwen. Ze is zich bewust geworden van de ellende die palmolieplantages aanrichten in Indonesië en is met haar vriendinnen een site begonnen om aandacht te vragen voor die problematiek. Ze heeft alle producten in mijn keukenkastjes onderzocht en spoort mij aan palmolie-vrije producten te kopen. Ze doet zelfs haar lievelingschips in de ban. Ik vind dat heel wat voor een meisje van haar leeftijd en ben blij dat ze zich bekommert om de wereld om haar heen. Verder stopt ze onderweg naar school om plastic uit de struiken te vissen. En ze wil niet meer met het vliegtuig reizen.
‘Oh maar ze wil nog wel skiën in Italië als ze daar eenmaal met de trein is aangekomen? Haha, weet ze wel hoe vervuilend dat is, skiën?’

Dat weet ze denk ik niet, en ik eerlijk gezegd ook niet precies. Een kind van twaalf en twee goed opgeleide mannen die allemaal om andere redenen iets vinden van het klimaat en wat we er wel of niet aan moeten doen. Het gesprek bleef lang en knagend bij mij hangen.

Een paar weken later sprak ik een vriend uit mijn studentenjaren die geoloog geworden is en inmiddels voor een olieproducent werkt. ‘Zolang ze nog biomassa verstoken onder het mom van duurzame energie blijf ik gewoon naar olie zoeken.’ Dit als antwoord op de vraag of hij wel eens gewetensbezwaar heeft bij wat hij doet en of zijn werk nog toekomstgericht is.
Later zal die biomassa waarschijnlijk inderdaad een voetnoot blijken in onze zoektocht naar alternatieve energie, daar heeft hij onmiskenbaar een punt. Maar zijn antwoord wordt er niet minder kinderachtig van.

Afgelopen woensdag raakte ik tijdens de lunch in gesprek met een collega die vooral de angst rondom het klimaat nergens op geschoold vond. Of ik dacht dat de wereld over twintig jaar zou zijn vergaan?
Nee, dat dacht ik eigenlijk niet, maar ik zie het niet altijd zonnig in. Weerextremen, zeespiegelstijging, microplastics. Dat doemdenken zat in de menselijke aard zei hij, Club van Rome, allemaal niets van waar gebleken. De mens heeft blijkbaar behoefte aan die doemscenario’s, maar met de waarheid heeft het weinig te maken. Waar ik mijn kennis vandaan haalde? Hij had in ieder geval veel met cijfers gelardeerde kennis paraat. Dat maakte mij snel wat stiller.

Toen ik het artikel van Bas Heijne las op 1 februari in het NRC, viel het een en ander op zijn plaats. Ik snap nu waarom ik die klimaatdiscussies zo naar vind. Heijne zegt: ‘Het ergste verwijt dat je je tegenstander dan kunt maken, is dat hij niet rationeel is, dat hij in de greep verkeert van ongecontroleerde emoties, tunnelvisie, of, erger nog, religieuze aanvechtingen. Klimaathysterie, klimaatreligie, klimaatgekkies – het zijn verwijten van onze tijd, omdat degenen die ze in de mond neemt zichzelf als uiterst rationeel en lucide wil voordoen. Het is de ander die niet-rationeel is, die bewust of onbewust feiten negeert of manipuleert.’

Juist. Kunnen we niet erkennen dat we allemaal graag de wereld om ons heen willen duiden omdat begrip ons een gevoel van controle geeft? En dat we allemaal veel te verliezen hebben? Iedereen strijdt tegen de angst en voor een gevoel van veiligheid. Volgens mij is dát diep menselijk. En blijkbaar doet de een dat door de boel te ontkennen en de ander door de boel te overdrijven. Terwijl een heleboel wetenschappers ondertussen rustig doorwerken en meestal geen geile quotes voorhanden hebben. Niets menselijks is ons vreemd, daarin hoeven we elkaar de maat niet te nemen.

Te midden van dit alles ben ik trots op mijn dochter omdat ze berouw voelde bij het ‘shamen’ van een product met palmolie dat blijkbaar toch duurzaam geproduceerd wordt. ‘Het is allemaal niet zo zwart-wit mama,’ zei ze en dat leek me de beste les die ze uit dit hele avontuur had kunnen halen. Een stuk dapperder ook dan de ‘ja maar, zolang zij…’- antwoorden van mijn volwassen vrienden.
Af en toe zwicht ze voor haar lievelingschips en laatst moest ze met het vliegtuig naar huis omdat de Franse treinen aan het staken waren. Dat deed ze onder protest, maar het geserveerde sapje aan boord smaakte haar goed. En de nootjes ook.
Ze stopt gelukkig nog steeds voor plastic.

Floor - 15:22:04 | Een opmerking toevoegen

2019-03-26

Boekenbal versus Schrijversbal

boekenbal.jpgToen ik lang geleden in het boekenvak werkte, mocht ik nooit naar het Boekenbal. Ik was als bureauredacteur, als freelancer of als stand-in redacteur voor de zoveelste verschoppeling van Mai Spijkers niet belangrijk genoeg om mijn opwachting te maken. Gaf helemaal niets. Braaf hoorde ik alle verhalen aan van mijn collega’s over hun outfits, pre-borrels en afterparty’s. Over de niet-waargemaakte verwachtingen en de onverwachte wendingen. Het was niet alsof ik zelf nooit een feestje had gevierd.
De ophef over het Boekenbal leek mij eerlijk gezegd wat overdreven. Bovendien had ik niets met Grote Namen. Ik heb als meisje wel geprobeerd om ergens fan van te zijn, maar ik ben er nooit in geslaagd. Met verbazing keek ik naar de plakboeken van mijn zus en de rijen lievelingsauteurs van mijn moeder. Als Grote Namen ons op de uitgeverij met een bezoek kwamen vereren, kon ik daar ook niet opgewonden van raken. Het werd vooral hinderlijk als ze met hun kont op mijn drukproef gingen zitten om eens even wat over zichzelf te vertellen.

Des te leuker was het toen ik in 2013 via geheel ongebruikelijke weg op het Boekenbal terechtkwam. Al jaren weg uit de uitgeverij, maar wel een paar maanden voor mijn eerste boek zou verschijnen. Het thema was iets met goud en zwart (beduidend minder ophef) en omdat ik meer jurken dan feestjes heb, kon ik zo een amper gedragen gouden jurk van zijn hangertje plukken en mijn zwarte hakken uit de kast halen.
‘Wat doe jij nou hier?’ was de verbaasde kreet van mijn ex-collega’s.
‘Mijn eerste boek komt uit in oktober,’ antwoordde ik. ‘Ik ben er alvast.’ Zelfs mijn bloedeigen redacteur was verrast me te zien. Aan de arm van Vincent Schmitz, net als ik een oud-stagiair, maar eentje met een langere adem, had ik de avond van mijn leven.
Het jaar daarna werd ik weer naar binnen gesmokkeld. Ik had heus nog een mooie jurk in de kast en mijn haar krulde ook goed, maar het was beduidend minder leuk nu de verrassing eraf was.

Kersverse auteurs krijgen geen uitnodiging voor het Boekenbal en piepkleine uitgeverijen zijn geen lid van de Uitgeversbond. Maar er was een alternatiefje en mijn uitgever Gloude Publishing zorgde voor de kaarten. Van te voren met z’n allen uit eten: de vijf auteurs en hun aanhang, de fotograaf, de pr-dames en de vormgever. Pax 14. Vreugde.
Over het Schrijversbal zelf kan ik natuurlijk niet al te veel vertellen, behalve dat het een feest was zoals een feest hoort te zijn. Ik heb hard gevierd dat mijn boek er is.
En o ja, ik liep Radna Fabias tegen het lijf, en door de mix van opwekkende drank en algehele opwinding, sprak ik haar stralend aan, alsof ik haar kende, terwijl ik pas onlangs haar bundel Habitus las, nadat ik haar had horen spreken in De Nieuwe Liefde. Wat overweldigend goed was geweest. Dat zei ik haar ook: ‘Wat was je goed!’ En ze straalde terug. Fan op de valreep. Ik denk dan ook niet dat zij met haar kont op drukproeven gaat zitten.

Floor - 20:56:01 | Een opmerking toevoegen