Floor Gerritsma
 
Schrijver

Blog

2020-04-24

Totdat het alarm loeide

1978FEB7-1335-4729-99F9-7E6F5F0FAE41_1_201_a.jpegIk had het me natuurlijk allemaal heel anders voorgesteld, mijn nieuwe leven op het Singel.
‘Leuk hoor, single op de Singel.’ Mijn ex was de enige die zichzelf geestig genoeg vond om de grap hardop te maken.
‘Het Singel,’ verbeterde ik hem afgemeten, maar ook met trots. Want inderdaad, sinds half januari huur ik een zolderetage in hartje Amsterdam. Haarlemmerdijk, Brouwersgracht, de Jordaan, alles is ineens mijn achtertuin.
Ik wilde dat mijn leven eruitzag zoals op die eerste vrije vrijdag, toen een vriendin mij aan mijn mouw de nacht in trok.

We vonden café Brandon op de Keizersgracht en moesten met enige kracht de voordeur openduwen. Vol. Eenmaal binnen werden we direct onderdeel van het levend organisme dat daar heerste. Het bier ging bovenhoofds van hand tot hand. De lamp boven de bar zwierde. Er hing nog niemand in, maar het zag eruit alsof dat zo zou gaan gebeuren. Het was alsof wij ons in de buik van een bonkend schip bevonden. Ik spatte uit elkaar van plezier. Dít was een vrijdagavond.
Achter in de zaak vonden we een dj en een dansvloer en nog een uitgang voor als we een sigaretje wilden roken. Buiten stond Alberti – ‘maar iedereen noemt me Bloemendaal’, – in schipperstrui en met een flare in zijn kontzak. We waren allemaal te dronken om in een rechte lijn te praten, al ging het ongetwijfeld ergens over elementaire vragen en diepzinnige dingen. We maakten grappen over zijn vuurwerk en wisten hoe onvermijdelijk het was dat hij het in de hens zou steken. Een kort moment later glipte Bloemendaal inderdaad naar binnen en stak zijn vuurpijl af.
Daarna ging het allemaal onwerkelijk snel. Rode rook, loeiende alarmen, de kroeg stroomde leeg en het airbnb-appartement erboven ook. Alles en iedereen naar buiten. ‘Bloemendaal!’ gilde de uitsmijter nog, maar die deed ergens aan de gracht een dansje in zijn eentje.
Wij liepen terug naar binnen en troffen daar een beduusde barman aan, dit was zijn eerste week. Hij had geen eens ‘laatste ronde’ hoeven roepen. ‘Ach,’ spraken wij met dubbele tong, verbaasd over hoe maf de kroeg eruitzag zonder mensen, ‘ook wel lekker rustig zo.’ We dronken nog een biertje en hadden zowaar een gesprek dat we moeiteloos konden volgen.

Wisten wij veel dat dit onze laatste avond branie schoppen was. Dat het brandalarm wereldwijd zou loeien. Dat er niemand meer in die lamp ging hangen.
We beseften nog niet, hoe nuchter we zouden worden, hoe stil het zou zijn zonder omgevingsgeluid. Hoe hoorbaar wij allen zouden zijn.

Ik zit in de zon op de stoep van mijn huis en raak aan de praat met buurman Kees, hij woont hier al dertig jaar. Hij vertelt me dat Jan op de brug goeie bloemen verkoopt en dat Jan als Jordanees feilloos kan horen dat Kees net niet uit de Jordaan komt. Al was Kees’ vader vroeger huisarts in de Jordaan en moest hij als jochie de wacht houden bij de telefoon als zijn vader naar patiënten ging. Hij vertelt het met smaak en ik vind het leuk om te horen. Het is hier een stads-dorp zegt Kees, de mensen kennen elkaar. Was ik al bij de boekhandel geweest?

Ik had het me dus allemaal anders voorgesteld, maar nu groots en meeslepend even niet kan, ben ik des te nieuwsgieriger naar het kleine.

Floor - 15:24:57 | Een opmerking toevoegen

Opmerking toevoegen

Fill out the form below to add your own comments