FlatPress My FlatPress blog FlatPress Admin 2020 2020-08-06T13:41:51+00:00 Admin ~/ Movies zaal 2 ~/?x=entry:entry200601-150013 2020-06-01T15:00:13+00:00 2020-06-01T15:00:13+00:00

E80DFC42-89A6-4635-82A9-91C5EE1AE84E.jpeg
Ik houd van films en ik houd van boeken. Ik slurp verhalen op. De reden waarom is denk ik een naïeve: ik wil mij verliezen in andermans verhaal, meegenomen worden in een andere wereld, op plekken komen waar ik anders niet kom. En dat kan net zo goed in mijn eigen stad zijn, maar door andere ogen bezien is alles steeds anders. Dingen beleven die ik zelf niet zou durven. Of toch wel?

Natuurlijk ben ik menig avond vroeg naar bed gegaan met een boek en ik heb mijn ogen suf gestreamd aan goede films en series. Ik heb heel goed gevoeld hoe fijn de pas op de plaats is en hoe betekenisvol stilstand kan zijn. Ik heb mijn miniatuur huishouden met kat en kind gekoesterd. Maar nu wil mijn blik op de wereld weer open.

Meer nog dan een lekker restaurant of een vol terras heb ik het witte doek gemist. In 2019 ging ik 44 keer met mijn Cineville-pas naar de film, waarschijnlijk ook omdat ik iets meer dan nu behoefte had aan een ander perspectief op mijn eigen leven. Ik had zo mijn vaste filmvrienden, maar ging met hetzelfde gemak alleen. Dat alleen gaan ging het lekkerste in zaal 2 van The Movies, een art-deco theater aan de Haarlemmerdijk.
Nergens wordt er harder met snoeppapiertjes gekraakt, nergens vragen bejaarde vrienden luider aan elkaar waar de film eigenlijk over gaat, nergens wordt een plotwending harder toegejuicht en nergens wordt er harder door de film heen gesnurkt dan daar. Filmfanaten onder elkaar.

Die anderhalve meter is denk ik helemaal geen probleem, we zaten toch al liever niet naast elkaar. Grote groepen werden altijd al een beetje misprijzend tussen de rijen geduld; een film geniet men max met drie. Als een strategisch goed gepositioneerd leger staken onze hoofden op keurige afstand van elkaar boven de zachte stoelen uit. We knikten elkaar een prettige film toe en lieten elkaar verder met rust. 
Op die ene keer na dat mijn buurman zo hard snurkte dat de audio verloren ging. Ik probeerde mij heel zen tot de situatie te verhouden omdat ik net had geleerd dat ik niet alles naar mijn hand kon zetten, toen steeds meer hoofden zich omdraaiden naar mijn rij. Men verwachtte actie van mij. Ik boog naar links, schoof mijn arm uit en raakte voorzichtig zijn schouder aan. Geen reactie. Ik moest harder porren. Het voelde behoorlijk invasief maar ik nam de schouder van de man in een stevige greep en bewoog hem dringend heen en weer. ‘Wat!’ schreeuwde hij geschrokken in mijn richting, met vliegende aerosolen en al. Ik wees op het witte doek en vervolgde mijn film. Een paar minuten later voelde ik zijn por op mijn schouder, hij was weer bij zinnen en gebaarde dank je wel naar mij.
Zaal 2, The Movies, en daarna een drankje aan de bar om nog even het verhaal en het leven te vieren. Ja.

Totdat het alarm loeide ~/?x=entry:entry200424-152457 2020-04-24T15:24:57+00:00 2020-04-24T15:24:57+00:00

1978FEB7-1335-4729-99F9-7E6F5F0FAE41_1_201_a.jpegIk had het me natuurlijk allemaal heel anders voorgesteld, mijn nieuwe leven op het Singel.
‘Leuk hoor, single op de Singel.’ Mijn ex was de enige die zichzelf geestig genoeg vond om de grap hardop te maken.
‘Het Singel,’ verbeterde ik hem afgemeten, maar ook met trots. Want inderdaad, sinds half januari huur ik een zolderetage in hartje Amsterdam. Haarlemmerdijk, Brouwersgracht, de Jordaan, alles is ineens mijn achtertuin.
Ik wilde dat mijn leven eruitzag zoals op die eerste vrije vrijdag, toen een vriendin mij aan mijn mouw de nacht in trok.

We vonden café Brandon op de Keizersgracht en moesten met enige kracht de voordeur openduwen. Vol. Eenmaal binnen werden we direct onderdeel van het levend organisme dat daar heerste. Het bier ging bovenhoofds van hand tot hand. De lamp boven de bar zwierde. Er hing nog niemand in, maar het zag eruit alsof dat zo zou gaan gebeuren. Het was alsof wij ons in de buik van een bonkend schip bevonden. Ik spatte uit elkaar van plezier. Dít was een vrijdagavond.
Achter in de zaak vonden we een dj en een dansvloer en nog een uitgang voor als we een sigaretje wilden roken. Buiten stond Alberti – ‘maar iedereen noemt me Bloemendaal’, – in schipperstrui en met een flare in zijn kontzak. We waren allemaal te dronken om in een rechte lijn te praten, al ging het ongetwijfeld ergens over elementaire vragen en diepzinnige dingen. We maakten grappen over zijn vuurwerk en wisten hoe onvermijdelijk het was dat hij het in de hens zou steken. Een kort moment later glipte Bloemendaal inderdaad naar binnen en stak zijn vuurpijl af.
Daarna ging het allemaal onwerkelijk snel. Rode rook, loeiende alarmen, de kroeg stroomde leeg en het airbnb-appartement erboven ook. Alles en iedereen naar buiten. ‘Bloemendaal!’ gilde de uitsmijter nog, maar die deed ergens aan de gracht een dansje in zijn eentje.
Wij liepen terug naar binnen en troffen daar een beduusde barman aan, dit was zijn eerste week. Hij had geen eens ‘laatste ronde’ hoeven roepen. ‘Ach,’ spraken wij met dubbele tong, verbaasd over hoe maf de kroeg eruitzag zonder mensen, ‘ook wel lekker rustig zo.’ We dronken nog een biertje en hadden zowaar een gesprek dat we moeiteloos konden volgen.

Wisten wij veel dat dit onze laatste avond branie schoppen was. Dat het brandalarm wereldwijd zou loeien. Dat er niemand meer in die lamp ging hangen.
We beseften nog niet, hoe nuchter we zouden worden, hoe stil het zou zijn zonder omgevingsgeluid. Hoe hoorbaar wij allen zouden zijn.

Ik zit in de zon op de stoep van mijn huis en raak aan de praat met buurman Kees, hij woont hier al dertig jaar. Hij vertelt me dat Jan op de brug goeie bloemen verkoopt en dat Jan als Jordanees feilloos kan horen dat Kees net niet uit de Jordaan komt. Al was Kees’ vader vroeger huisarts in de Jordaan en moest hij als jochie de wacht houden bij de telefoon als zijn vader naar patiënten ging. Hij vertelt het met smaak en ik vind het leuk om te horen. Het is hier een stads-dorp zegt Kees, de mensen kennen elkaar. Was ik al bij de boekhandel geweest?

Ik had het me dus allemaal anders voorgesteld, maar nu groots en meeslepend even niet kan, ben ik des te nieuwsgieriger naar het kleine.

Kutwijf ~/?x=entry:entry200301-115643 2020-03-01T11:56:43+00:00 2020-03-01T11:56:43+00:00

kutwijf.jpgVeel mensen vinden mij een kutwijf. Ze roepen het graag tegen me als ik door de stad fiets, of ergens wandelend oversteek. Ze bijten het naar me, spugen er nog net niet bij, maar ik zweer dat als ik iets bits terugzeg, ze omkeren, afstappen en op mij af komen rennen om mij op m’n kanis te stompen. Kolerig zijn ze.
‘Sorry, hoor, het spijt me echt, ik zag je niet, gaat het?’ Duizendmaal excuses, zo diep schrok ik van het feit dat ik een ander griefde terwijl ik dat niet bedoelde. Ik zeg zo hard sorry dat de vloekers er uit ergernis nog ‘kankertrut’ aan toevoegen.
Dat doe ik dus niet meer. Sinds kort leg ik geen gevoel meer in mijn sorry, ik lach de aanvaring ontwapenend weg, ‘oeps, sorry, fijne dag’.

Mijn 13-jarige dochter is ook een kutwiijf. ‘Hoorde je wat die man tegen me zei, mama?’ Dat is het fijne aan hebben van kinderen, ik kan mijn verse les gelijk doorgeven en haar zeggen dat ze haar schouders moet ophalen. Dit gaat niet over haar.

‘Stay here then, you fucking cunt.’ Aan het woord is een Brit op de Haarlemmerdijk. Jong nog, een jaar of 25, en hij praat tegen het meisje met wie hij een weekend weg is, of was, dat is nu niet meer duidelijk. Zij leunt tegen een pui en staart strak voor zich uit, haar gezicht geplamuurd in een kleur die zich niet laat omschrijven, haar ogen zwarte spinnenpoten.
Hele hordes van dit soort stelletjes zie ik dagelijks gaan. Ze kauwen hun voer, slikken hun drugs, knauwen hun taal. Zij met gestreken haren, hij met kortgeschoren kop. Hij bleek, zij met een overdaad aan make-up. Een karikatuur van zichzelf, maar het zijn ménsen.
Ik kijk haar even aan. Waar had The Cunt op gehoopt toen ze Het Kanaal overstak? Een romantisch weekend? Instagram-waardige plaatjes? Een korte escape van werk en pub?
Ik knik haar bemoedigend toe. Dat is wat ik graag doe. Ik knik naar mijn stadgenoten of schenk ze een bescheiden lach. We delen een lot, een moment, een stad, erkennen elkaar voor even.
The Cunt kijkt als een onbewogen geisha in het niets, ze ziet mij niet. Vielen de drugs verkeerd? Mist ze de cider aan de tap of moet ze aan haar moeder denken?
Verloren is ze. Ze was vergeten dat je op elke reis, ook op het kortste tripje, altijd je zelf meeneemt, incluis alle sores. En niemand had haar nog de geruststellende gedachte aangereikt dat de scheldzin van haar vriend niets met haar te maken had.

p.s. Het mooie t-shirt hoort bij de plaat ‘Afkuil’ van Jaap Boots, uiteraard bij het nummer ‘Kutwijf’

Gebroken geluk ~/?x=entry:entry200218-152557 2020-02-18T15:25:57+00:00 2020-02-18T15:25:57+00:00

geluk.jpgMijn geluk is gebroken. Ik kijk ontsteld naar het glazen lijstje waar ik al zestien jaar een klavertjevier in koester. Het klavertje moet tijdens mijn verhuizing tussen de glasplaatjes zijn gaan schuiven. Nu hangt het zielig gekapseisd links onder in de lijst, er is een blaadje afgebroken.

Ik woon hier al bijna een maand en zie het euvel nu pas. Komt het door mijn gebroken klavertje dat ik mijn fietssleutel op straat verloor? Dat de meeuw boven op mijn zwarte laarsje scheet? Dat ik bij het splitsen zomaar het eigeel niet ving waardoor het in mijn nieuwe besteklade gleed? 
Nee, wacht even, dat is klein leed – al heb ik wel echt een problematische relatie met vloeibaar ei. Het grote leed moet vast nog komen. Dat ik chronisch ziek word, of nog erger een van mijn kinderen. 
Dat mijn boek alsnog gerecenseerd wordt, maar dan heel slecht. 
Dat ik die nieuwe opdracht niet krijg en alle komende klussen ook niet. 
Dat de dingen die ik voor lief nam in het leven ineens niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Gebroken geluk.

Ik schud triest met het lijstje, maar het blaadje blijft los en het klavertje hangt scheef. Dan schiet het verhaal van Max Veldhuis mij te binnen, ‘Klein-Mannetje vindt het geluk’, dat ik eindeloos aan mijn dochter voor moest lezen. Het kleine mannetje vindt een klavertjevier en meent daarmee het geluk te hebben gevonden. Er overkomt hem die dag allerlei ellende maar hij is van mening dat het nog veel erger was geweest als hij het klavertje niet had gehad. 
‘Nee hè mama, dat is niet zo,’ zei mijn dochter als het verhaaltje uit was. ‘Nee, kiddo,’ kon ik beamen, ‘dat mannetje ziet het niet helemaal helder.’

Ik kreeg het klavertje van een man die mij zestien jaar geleden wel zag zitten, maar ik wees hem af en koos voor mijn aanstaande ex. Was dat ongelukkig? Had ik met die ander wel het geluk vast weten te houden? Ik sta op en ga op zoek naar de secondelijm.
Vorige week ontmoette ik een man die, zacht gezegd, nogal magertjes in zijn geluksgevoel zat. Kijk, wilde ik zeggen, de zon schijnt en daar bloeit de eerste krokus, pak mijn hand en loop een stukje met mij mee, dan laat ik je de schoonheid zien. Wat uiteraard niet werkte. 
Met de secondelijm nagel ik het grijze klavertje – ooit was het groen en versgeplukt – vast op de glasplaat, het losse blaadje ondersteboven zwevend in de lucht. Het geluk laat zich niet inlijsten en aanwijzen evenmin. Zelf vormgeven staat ons daarentegen nog altijd vrij.

Het menselijk klimaat ~/?x=entry:entry200211-152204 2020-02-11T15:22:04+00:00 2020-02-11T15:22:04+00:00

het menselijk klimaat.jpg
We hebben ons na sluittingstijd bij een van ons thuis verzameld voor een afzakkertje. Niemand is meer nuchter tijdens deze naborrel en we praten denk ik allemaal wat harder dan we doorhebben, maar het gaat in ieder geval nog wel echt ergens over. Thierry. Europa. Klimaat. Ik begeef mij in rechts-conservatief gezelschap en constateer dat de sfeer wat wankel balanceert tussen een geestig gesprek en gepeperde oneliners. Dat kunnen de onderwerpen Thierry, Europa en klimaat met een groep niet-nuchtere mensen doen. Met nuchtere mensen overigens helaas ook.
Ik baal ineens van de – naar mijn idee door angst ingegeven – gevoelens van behoud en verlies van mijn vrienden.

‘Hoezo niet meer vliegen, voor het klimaat? Denk jij nou echt dat het iets uitmaakt wat jij doet?’ zegt de een.
‘Ja, zolang alle Chinezen nog een auto willen rijden en een tv willen hebben, maakt het echt niet uit wat wij hier doen,’ valt de ander hem bij.
Geheel ondoordacht gooi ik op dat moment mijn 12-jarige dochter voor de leeuwen. Ze is zich bewust geworden van de ellende die palmolieplantages aanrichten in Indonesië en is met haar vriendinnen een site begonnen om aandacht te vragen voor die problematiek. Ze heeft alle producten in mijn keukenkastjes onderzocht en spoort mij aan palmolie-vrije producten te kopen. Ze doet zelfs haar lievelingschips in de ban. Ik vind dat heel wat voor een meisje van haar leeftijd en ben blij dat ze zich bekommert om de wereld om haar heen. Verder stopt ze onderweg naar school om plastic uit de struiken te vissen. En ze wil niet meer met het vliegtuig reizen.
‘Oh maar ze wil nog wel skiën in Italië als ze daar eenmaal met de trein is aangekomen? Haha, weet ze wel hoe vervuilend dat is, skiën?’

Dat weet ze denk ik niet, en ik eerlijk gezegd ook niet precies. Een kind van twaalf en twee goed opgeleide mannen die allemaal om andere redenen iets vinden van het klimaat en wat we er wel of niet aan moeten doen. Het gesprek bleef lang en knagend bij mij hangen.

Een paar weken later sprak ik een vriend uit mijn studentenjaren die geoloog geworden is en inmiddels voor een olieproducent werkt. ‘Zolang ze nog biomassa verstoken onder het mom van duurzame energie blijf ik gewoon naar olie zoeken.’ Dit als antwoord op de vraag of hij wel eens gewetensbezwaar heeft bij wat hij doet en of zijn werk nog toekomstgericht is.
Later zal die biomassa waarschijnlijk inderdaad een voetnoot blijken in onze zoektocht naar alternatieve energie, daar heeft hij onmiskenbaar een punt. Maar zijn antwoord wordt er niet minder kinderachtig van.

Afgelopen woensdag raakte ik tijdens de lunch in gesprek met een collega die vooral de angst rondom het klimaat nergens op geschoold vond. Of ik dacht dat de wereld over twintig jaar zou zijn vergaan?
Nee, dat dacht ik eigenlijk niet, maar ik zie het niet altijd zonnig in. Weerextremen, zeespiegelstijging, microplastics. Dat doemdenken zat in de menselijke aard zei hij, Club van Rome, allemaal niets van waar gebleken. De mens heeft blijkbaar behoefte aan die doemscenario’s, maar met de waarheid heeft het weinig te maken. Waar ik mijn kennis vandaan haalde? Hij had in ieder geval veel met cijfers gelardeerde kennis paraat. Dat maakte mij snel wat stiller.

Toen ik het artikel van Bas Heijne las op 1 februari in het NRC, viel het een en ander op zijn plaats. Ik snap nu waarom ik die klimaatdiscussies zo naar vind. Heijne zegt: ‘Het ergste verwijt dat je je tegenstander dan kunt maken, is dat hij niet rationeel is, dat hij in de greep verkeert van ongecontroleerde emoties, tunnelvisie, of, erger nog, religieuze aanvechtingen. Klimaathysterie, klimaatreligie, klimaatgekkies – het zijn verwijten van onze tijd, omdat degenen die ze in de mond neemt zichzelf als uiterst rationeel en lucide wil voordoen. Het is de ander die niet-rationeel is, die bewust of onbewust feiten negeert of manipuleert.’

Juist. Kunnen we niet erkennen dat we allemaal graag de wereld om ons heen willen duiden omdat begrip ons een gevoel van controle geeft? En dat we allemaal veel te verliezen hebben? Iedereen strijdt tegen de angst en voor een gevoel van veiligheid. Volgens mij is dát diep menselijk. En blijkbaar doet de een dat door de boel te ontkennen en de ander door de boel te overdrijven. Terwijl een heleboel wetenschappers ondertussen rustig doorwerken en meestal geen geile quotes voorhanden hebben. Niets menselijks is ons vreemd, daarin hoeven we elkaar de maat niet te nemen.

Te midden van dit alles ben ik trots op mijn dochter omdat ze berouw voelde bij het ‘shamen’ van een product met palmolie dat blijkbaar toch duurzaam geproduceerd wordt. ‘Het is allemaal niet zo zwart-wit mama,’ zei ze en dat leek me de beste les die ze uit dit hele avontuur had kunnen halen. Een stuk dapperder ook dan de ‘ja maar, zolang zij…’- antwoorden van mijn volwassen vrienden.
Af en toe zwicht ze voor haar lievelingschips en laatst moest ze met het vliegtuig naar huis omdat de Franse treinen aan het staken waren. Dat deed ze onder protest, maar het geserveerde sapje aan boord smaakte haar goed. En de nootjes ook.
Ze stopt gelukkig nog steeds voor plastic.