FlatPress My FlatPress blog FlatPress Admin 2019 2019-08-25T14:09:22+00:00 Admin ~/ Boekenbal versus Schrijversbal ~/?x=entry:entry190326-205601 2019-03-26T20:56:01+00:00 2019-03-26T20:56:01+00:00

boekenbal.jpgToen ik lang geleden in het boekenvak werkte, mocht ik nooit naar het Boekenbal. Ik was als bureauredacteur, als freelancer of als stand-in redacteur voor de zoveelste verschoppeling van Mai Spijkers niet belangrijk genoeg om mijn opwachting te maken. Gaf helemaal niets. Braaf hoorde ik alle verhalen aan van mijn collega’s over hun outfits, pre-borrels en afterparty’s. Over de niet-waargemaakte verwachtingen en de onverwachte wendingen. Het was niet alsof ik zelf nooit een feestje had gevierd.
De ophef over het Boekenbal leek mij eerlijk gezegd wat overdreven. Bovendien had ik niets met Grote Namen. Ik heb als meisje wel geprobeerd om ergens fan van te zijn, maar ik ben er nooit in geslaagd. Met verbazing keek ik naar de plakboeken van mijn zus en de rijen lievelingsauteurs van mijn moeder. Als Grote Namen ons op de uitgeverij met een bezoek kwamen vereren, kon ik daar ook niet opgewonden van raken. Het werd vooral hinderlijk als ze met hun kont op mijn drukproef gingen zitten om eens even wat over zichzelf te vertellen.

Des te leuker was het toen ik in 2013 via geheel ongebruikelijke weg op het Boekenbal terechtkwam. Al jaren weg uit de uitgeverij, maar wel een paar maanden voor mijn eerste boek zou verschijnen. Het thema was iets met goud en zwart (beduidend minder ophef) en omdat ik meer jurken dan feestjes heb, kon ik zo een amper gedragen gouden jurk van zijn hangertje plukken en mijn zwarte hakken uit de kast halen.
‘Wat doe jij nou hier?’ was de verbaasde kreet van mijn ex-collega’s.
‘Mijn eerste boek komt uit in oktober,’ antwoordde ik. ‘Ik ben er alvast.’ Zelfs mijn bloedeigen redacteur was verrast me te zien. Aan de arm van Vincent Schmitz, net als ik een oud-stagiair, maar eentje met een langere adem, had ik de avond van mijn leven.
Het jaar daarna werd ik weer naar binnen gesmokkeld. Ik had heus nog een mooie jurk in de kast en mijn haar krulde ook goed, maar het was beduidend minder leuk nu de verrassing eraf was.

Kersverse auteurs krijgen geen uitnodiging voor het Boekenbal en piepkleine uitgeverijen zijn geen lid van de Uitgeversbond. Maar er was een alternatiefje en mijn uitgever Gloude Publishing zorgde voor de kaarten. Van te voren met z’n allen uit eten: de vijf auteurs en hun aanhang, de fotograaf, de pr-dames en de vormgever. Pax 14. Vreugde.
Over het Schrijversbal zelf kan ik natuurlijk niet al te veel vertellen, behalve dat het een feest was zoals een feest hoort te zijn. Ik heb hard gevierd dat mijn boek er is.
En o ja, ik liep Radna Fabias tegen het lijf, en door de mix van opwekkende drank en algehele opwinding, sprak ik haar stralend aan, alsof ik haar kende, terwijl ik pas onlangs haar bundel Habitus las, nadat ik haar had horen spreken in De Nieuwe Liefde. Wat overweldigend goed was geweest. Dat zei ik haar ook: ‘Wat was je goed!’ En ze straalde terug. Fan op de valreep. Ik denk dan ook niet dat zij met haar kont op drukproeven gaat zitten.

Inspiratie om te schrijven ~/?x=entry:entry190315-134204 2019-03-15T13:42:04+00:00 2019-03-15T13:42:04+00:00

inspiratie retraite.jpg‘Ging het goed? Had je inspiratie?’ waren vaak de vragen die ik kreeg als ik terugkeerde van een paar dagen schrijfretraite. Of zelfs als ik thuiskwam van een dag in mijn atelier. Ik schreef aan mijn roman, die De doe-het-zelf-retraite zou gaan heten, en men was benieuwd of het een beetje wilde vlotten. Inspiratie is dan - dat weet iedereen - een onontbeerlijk ingrediënt. Inspiratie? blikte ik glazig terug, daar had het meestal niet veel mee te maken.

De uren achter de laptop bestonden uit schrijven, schrappen en schuiven. Uitstellen, voor mij uit staren, tegenstribbelen. Surfen langs onbeduidende sites. Nog even een mailtje beantwoorden. Herlezen, kauwen op een zin en dan weer schrijven.
Zonder inspiratie komt er natuurlijk niets tot stand, het schrijven is niet alleen ambachtelijk zwoegen, er komt ook heus creativiteit bij kijken. De grap is alleen dat de inspiratie altijd op compleet ongelegen momenten komt. De inspiratie kwam vooral als ik niet aan het schrijven was, wel als ik losliet. Vlak voor het slapengaan, of tijdens het zoenen (sorry!). Op de fiets, als ik als een spook door het verkeer trok. Tijdens een concert, wegdrijvend op de muziek. Dan kwam het ineens: die zin moet zo, die passage moet eruit en die dialoog moet er ook nog in verweven worden.
Ik maakte aantekeningen in mijn telefoon, of in die van iemand anders als dat beter uitkwam. Ik schreef op kladblaadjes en op bierviltjes. Een steekwoord op mijn hand.
Soms probeerde ik mijzelf ervan te overtuigen dat ik het idee vast zou onthouden zonder het op te schrijven. Vooral als ik warm onder mijn donzen deken lag en geen zin had om uit bed te kruipen. Of als ik wel zo scherp was geweest om pen en papier bij mijn bed te leggen, maar mijn leesbril (die net zo goed schrijfbril kan heten) nergens kon vinden.
Kansloos natuurlijk, de volgende ochtend was het idee verdwenen. Inmiddels weet ik dat het idee dan niet echt weg is, maar tijdelijk onbereikbaar is in de grijze massa. En dat ik niet moet gaan roeren, graven en hengelen, maar gewoon wat anders moet gaan doen: boodschappen, aardappels schillen of kookboeken lezen. Ik fop mijn brein en maak de grootste oversprong ooit. De inspiratie komt vanzelf terug, net als ik doe alsof ik er niet op zit te wachten.

Retraite in Portugal ~/?x=entry:entry190313-094046 2019-03-13T09:40:46+00:00 2019-03-13T09:40:46+00:00

Vlak voor publicatie vroeg ik me af of al mijn observaties over Portugal nog zouden kloppen. Het land vormt immers het decor voor mijn romanRetraite in Portugal.jpg De doe-het-zelf-retraite. Wat nou als ik het allemaal verkeerd had gezien? Mijn laatste trip naar Portugal was in 2015, dat is toch vier jaar geleden, ook al lijkt het nog pas gisteren.

Ik deed dus wat ik al aankondigde in mijn column voor Renata: ik boekte een vlucht naar Portugal en stapte zo in de schoenen van Roos, mijn hoofdpersoon. Alhoewel ik niet naar Lissabon vloog maar naar Faro. Dat had te maken met de maand van het jaar: in februari heb je net iets meer kans de lente aan te treffen in Faro dan in Lissabon.
Ik zou twee dagen alleen zijn in Faro en daarna aansluiten bij twee vriendinnen in Santa Luzia. Wat ik direct wist toen ik voet aan de grond zette in Faro was dat het een goede beslissing was om een paar dagen alleen te zijn. Een juich-gevoel overmeesterde mij. Ik ben alleen! Ik kan eten wanneer ik wil en wat ik wil – gegrilde octopus om twee uur ’s middags met een glas Portugese wijn. Er loopt niemand achter mij aan, ik hoef met niemand rekening te houden. O vreugde. Ook die gedachte uit mijn boek sneed hout: hoe heerlijk is het om een paar dagen alleen te zijn.
En alles was zoals ik het had omschreven, alles was zoals het moest zijn. Ik vond nog steeds wat ik vond. De kleine keitjes op de stoepen, de onthaasting in de lucht, de lichte melancholie in de mensen die ik ontmoette.
En niet onbelangrijk: de lente was inderdaad daar. De citroenboom vol met vruchten op de binnenplaats van mijn hotel. Ik kon lunchen in de lentezon en moest een trui aandoen als de koude avond kwam. Maar je kon de belofte ruiken, we hadden de winter weer overleefd, de zomer zou komen. De mussen waren het met me eens. De ooievaars klepperden ook van ja. De amandelbomen droegen bloesem.

Na twee dagen was mijn mini-retraite over en sloot ik aan bij mijn vriendinnen. Het doorlopende gesprek met elkaar stond haaks op het praten in mijzelf. Even schakelen.
De actieradius werd ook groter: we reden langs de kust onderweg naar dat ene goede restaurant. We bezochten Vila nova de Cacela. We wandelden rond Santa Luzia. We doken de kroeg in en sloten nieuwe vriendschappen. Mijn doe-het-zelf-retraite werd omgesmeed tot een warm samenzijn met anderen. Ik had het me niet beter kunnen wensen.

Rotzooi ~/?x=entry:entry190128-222041 2019-01-28T22:20:41+00:00 2019-01-28T22:20:41+00:00

kurkendil.jpgIk hoor met enige regelmaat dat mensen mijn huis een zooitje vinden. Sommige van mijn vrienden blijken zelfs te schermen met ons huis als ze een voorbeeld zoeken van hoe het erger kan. Ik begrijp wel wat ze bedoelen. Ik houd zelf ook van visueel rustig, van orde, van structuur. Maar ik woon niet alleen, ik woon met huisgenoten en een kat, en ik denk dat zij minder van een opgeruimd huis houden dan ik. Het stoort ze minder, sterker nog, ze leven er lustig op los en daar ben ik ook debet aan.
Wij houden van lezen, dus hebben we veel boeken, die deels op alfabet en soort staan, maar ook deels dwars door de kast liggen omdat we ze nog moeten lezen. Over structuur gesproken. 
We houden ook van wijn (en vooruit, ook van whisky en bourbon) en niet alle drank past in de kast omdat daar ook heel veel kookboeken staan. Weg orde. 
Ik knip lekkere recepten uit en hang ze op de ijskast, naast alle foto’s van familiemomentjes. En oh ja, die ene grappige foto van die dikke kat. Daar gaat het visueel rustige aan gort… 
We houden meer van balsporten, fietsen, wandelen en buiten zijn dan er in onze gang past. 
Ik koop te veel kleren en we hebben op de een of andere manier ook te veel slaapzakken en tenten. 
En pruiken voor feestjes.
Ik begrijp eerlijk gezegd niet hoe andere mensen het voor elkaar krijgen. Ooit kwam ik bij vrienden om hun nieuwe huis te bewonderen en zag in één oogopslag dat er geen plek was voor mijn meegebrachte cadeau. Niet omdat hun huis te vol was, het was te leeg. Mijn geschenk zou de feng shui vreselijk verstoren. 
Ik ga hier thuis de chaos met enige regelmaat te lijf. Soms houd ik het dagenlang achter elkaar vol om dingen weg te gooien of weg te geven. Exit zinloze cadeaus (een waterpijp?) en handige huishoudelijke apparaten die niet handig zijn (de broodbakmachine). Soms duw ik iets snel in een kast en ben ik op het moment zelf heel content, terwijl ik weet dat het maar een kosmetische oplossing is waar ik mezelf later om vervloek. 
Soms denk ik dat dagelijks wijn drinken en veel lezen ook een vorm van opruimen is…
Vandaag trok ik in ieder geval met frisse moed ten strijde en begon dapper veel kinderknutsels in de prullenbak te kieperen. Ja, je moet keihard zijn, die surprise kan ook wel de deur uit. Tot ik stuitte op de pot met kurken. 
Onze oudste begon twaalf jaar geleden een kurkenverzameling omdat hij met ons een kurkendil wilde knutselen. De middelste maakte een mooie tekening op de pot om ervoor te zorgen dat de pot niet zou sneuvelen in mijn opruimwoede. En de jongste heeft het plan van de kurkendil gewillig omard en juicht bij elke fles wijn die we leegdrinken. Voor in de kurkenpot! Die kurkendil komt er waarschijnlijk nooit, ik houd niet van knutselen en het boek waar het beest in stond heb ik allang weggedaan. 
Maar de kurken kunnen niet weg. Want zo werkt het hier.